Kenmerken alle deelnemers

Ongeacht het thema dat ze benoemden, wat zijn de kenmerken van de deelnemers aan de OZA enquête?

Het overzicht op deze pagina geeft de groepskarakteristieken, ook uitgesplitst naar de rol van de rapporteur.

Voor de 28 kenmerken zijn de verdeling van categorieën als taartdiagrammen weergegeven voor de 3 respondent-rollen afzonderlijk en voor alle deelnemers tesamen. 

Deze kenmerken per groep laten bijvoorbeeld zien dat bij de deelnemende volwassenen met autisme:

  • vrouwen iets meer vertegenwoordigd zijn dan mannen
  • jongvolwassenen ondervertegenwoordigd zijn
  • Het merendeel een hoog IQ en een hoge opleiding heeft

De taartdiagrammen zijn absoluut, dwz het werkelijke aantal deelnemers dat een bepaald groepskenmerk heeft. 

Bij de kenmerken per thema zijn de taartdiagrammen relatief, dit wordt uitgelegd op de Leeswijzer Taartdiagrammen.

 

Thema

Volwassenen met autisme

Ouders

Wettelijk vertegenwoordigers

Alle deelnemers

ALLE thema’s samen

Absolute aantallen per kenmerk

Taartdiagram Beeldvorming & Inclusie met demografische eigenschappen van de Volwassenen met autisme
Taartdiagram Beeldvorming & Inclusie met demografische eigenschappen van de Ouders van kinderen met autisme
Dit thema werd significant meer genoemd door volwassenen met autisme (n=130), (SR = -0.119**). Alleen binnen de groep volwassen zijn er nog enkele significante relaties: Het werd vaker genoemd door mannen (SR = -0.084*), bij een hoger IQ (SR = -0.083*) en door volwassenen met een relatie (SR = 0.075*).  Op sub-thema niveau noemen volwassenen met name •	Beeldvorming: door hen met een hoger IQ (SR=0.135**) •	Integratie & participatie: door mannen (SR=-0.094*), zij die meer uren werken (SR = 0.075*) en (relatief) ontevreden zijn met het onderwijs (SR = -0.204*) •	Onzichtbaarheid: door vrouwen (SR=0.106**) en hen die veel uren werken (SR = 0.081*) •	Acceptatie: door hen met ‘hechtere’ relaties (SR = 0.080*) Op sub-thema niveau werden door de ouders genoemd:  •	Beeldvorming:  bij veel psychische co-morbiditeiten (SR = 0.197*), lichamelijke co-morbiditeiten (SR = 0.156*), lage waardering van de psychische gezondheid (SR = -0.183*), lage waardering van de woonsituatie (SR = -0.211**) en lage waardering van de vrijetijdsbesteding (SR = -0.173*) •	Integratie & Participatie: bij een lage diagnoseleeftijd (SR = -0.174*) •	Acceptatie: door hen met beter welbevinden (SR = 0.157*) en lagere waardering van de sociale contacten (R = -0.160*)
Skip to content