Leeswijzer kenmerk-taartdiagram

Het tweede deel van het OZA onderzoek richtte zich op de mensen achter de antwoorden. Wat typeert bijvoorbeeld de groep volwassenen met autisme die ‘beeldvorming en inclusie’ noemt en wat typeert de groep wettelijk vertegenwoordigers die ‘kennis en informatie’ belangrijk vindt? Speelt leeftijd een rol? Of geslacht, opleiding soms? Omdat de OZA vragenlijst onderdeel van de NAR was hebben we een goed beeld van de socio-demografische kenmerken van de respondenten.
Onderzoekers, maar ook beleidsmakers hebben er baat bij als ze niet alleen weten wélk onderzoek er gevraagd wordt, maar ook door wie precies.

Kenmerken van deelnemers

De deelnemers aan de OZA enquête hebben hebben een of meerdere onderzoeksthema’s genoemd. Deze deelnemers hebben verschillende persoonlijke kenmerken zoals leeftijd, geslacht, zorgbehoefte etc. We willen weten of een bepaald thema vaker genoemd bij sommige kenmerken.

Elk kenmerk gebruikt meerdere categoriën, groepen. Bij het kenmerk leeftijd zijn dat bijvoorbeeld de groepen:4 t/m 12, 13 t/m 17. 18 t/m 29 etc. Bij het kenmerk geslacht zijn dat bijvoorbeeld: man, vrouw en anders.

Als je de groepen binnen een kenmerk als taartdiagram weergeeft kun je in één oogopslag zien welke groepen het grootst en het kleinst zijn: elke taartpunt is een groep, hoe groter die groep des te groter de taartpunt.

(Relatieve) taartdiagrammen

Als je de groepsgrootte per kenmerk in tabellen weergeeft is het lastig om tendenzen of patronen te herkennen.  Als het gaat om de kenmerken bij een specifiek genoemd thema dan kiezen we voor een weergave in relatieve taartdiagrammen. Relatief omdat je daarmee corrigeert hoeveel andere thema’s al die groepen noemden. Hieronder laten we zien hoe ze in 3 stappen worden geconstrueerd en hoe je ze kunt lezen.

Stap 1. Kenmerk “Rol” voor alle themas tesamen

Dit taartdiagram geeft aan hoe vaak de deelnemers een thema hebben genoemd. De taartdiagram geeft de groepen voor het kenmerk “Rol Rapporteur” weer. De groepen zijn: Volwassenen met autisme, Ouders van autistische kinderen en Wettelijk vertegenwoordigers. Totaal werden 1521 thema’s genoemd (door de 923 deelnemers).

De taartdiagram laat zien dat volwassenen véél meer thema’s hebben genoemd dan de andere groepen. Dat is niet onverwacht want er deden véél meer volwassenen mee aan de OZA enquête.

 

Stap 2. Absolute taartdiagram

Kenmerk “Rol” voor het thema Kenmerken, Klachten en Komorbiditeit

Dit taartdiagram geeft aan hoe vaak de deelnemers het thema “Kenmerken, Klachten en Komorbiditeit” hebben genoemd. Het thema werd 207 keer genoemd, dat is 13.6% van alle thema’s (207/1521). De taartdiagram geeft de groepen voor het kenmerk “Rol Rapporteur” weer. De groepen zijn weer: Volwassenen met autisme, Ouders van autistische kinderen en Wettelijk vertegenwoordigers.

De taartdiagram laat zien dat volwassenen véél meer thema’s hebben genoemd dan de andere groepen. Dat is niet onverwacht want er deden véél meer volwassenen mee aan de OZA enquête. Maar hebben de volwassenen het nu ook relatief vaker genoemd? Dat lijkt er wel op want de blauwe taartpunt lijkt gegroeid. Maar het is minder goed te zien hoe het zit voor de groep Ouders en de groep Wettelijk vertegenwoordigers.

 

Stap 3. Relatieve taartdiagram

Kenmerk “Rol” voor het thema Kenmerken, Klachten en Komorbiditeit

Dit taartdiagram geeft aan hoe vaak de deelnemers het thema “Kenmerken, Klachten en Komorbiditeit” relatief hebben genoemd. Als alle groepen eenzelfde voorkeur hebben voor dit thema en dan zou in elke groep 13.6% van alle genoemde thema’s het thema “Kenmerken, Klachten en Komorbiditeit” zijn. In de relatieve taartdiagram zouden dan alle taartpunten even groot zijn. Je ziet dus taartpunten relatief ten opzichte van alle andere genoemde thema’s. Je ziet dus wanneer deelnemers met een bepaald groepskenmerk een thema vaker of minder vaak noemen.

De grijze taartpunt van de Wettelijk vertegenwoordigers is het grootst, die van de ouders het kleinst.  Dit is makkelijker te herkennen dan wanneer je de twee taartpunten erboven zou moeten vergelijken.

Het is ook gemakkelijker te herkennen als er meer dan 3 groepen in een kenmerk zitten, zoals bij leeftijd. Altijd geldt: als er géén van de groepen een voorkeur voor het thema heeft dan zijn alle taartpunten even groot.

 

Tabelvorm

Details Kenmerk “Rol” voor het thema Kenmerken, Klachten en Komorbiditeit

Voor hén die graag meerekenen: hieronder staan dezelfde gegevens maar dan in tabelvorm.

Skip to content